Militaire geschiedenis is momenteel hoogst actueel. Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 en het voortdurende geweld in Gaza is oorlog opnieuw prominent aanwezig in het publieke en politieke debat. Ook de krijgsmacht staat weer nadrukkelijk in de belangstelling. Deze ontwikkelingen roepen fundamentele vragen op over de toekomst van de militaire geschiedschrijving. Hoe zullen historici deze conflicten beschrijven? Hoe gaan we om met de overvloed aan digitale en vaak gemanipuleerde bronnen? En wat betekenen veranderende geopolitieke verhoudingen voor de positie van historici, met name binnen militaire organisaties?
In deze panelsessie gaan vier onderzoekers vanuit verschillende invalshoeken met deze vragen aan de slag.
De eerste bijdrage richt zich op de bredere rol van militaire geschiedenis binnen de historiografie. Daarbij wordt onderzocht hoe het vakgebied beter aansluiting kan vinden bij politieke en culturele geschiedschrijving, bijvoorbeeld in de thema’s die worden bestudeerd, de gebruikte methodes en de vragen die historici stellen.
De tweede bijdrage bespreekt de uitdagingen van onderzoek naar de geschiedenis van oorlogvoering en gender, tegen de achtergrond van een hernieuwde focus op conventionele oorlogvoering en traditionele beelden van mannelijkheid.
De derde bijdrage gaat in op het gebruik van egodocumenten als bron. Welke kansen en gevaren schuilen in het gebruik van persoonlijke bronnen en hoe verschillen ‘klassieke’ egodocumenten van die van de toekomst?
De vierde bijdrage richt zich op de verschillende soorten militaire geschiedenis en vergelijkt de manier waarop het vakgebied wordt gedoceerd aan civiele universiteiten en militaire academies. Centraal staat de battlefieldtour als didactisch instrument, die dient als casus om de kern, kracht en beperkingen van militair-historisch onderwijs aan de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW) te analyseren en het onderscheid met universitair onderwijs aan reguliere academies te verduidelijken.