Familieonderzoek is booming. In deze sessie gaan historici en familieonderzoekers in gesprek over best practices van en nieuwe ideeën voor uitwisseling. Met name wanneer de te onderzoeken familiegeschiedenis een ‘pijnlijk verleden’ betreft dat getekend is door oorlog, kolonialisme en andere vormen van geweld, is het geen gemakkelijke opgave hier een weg in te vinden. Inhoudelijke uitdagingen zijn bijvoorbeeld historische context en een gebrek of juist overvloed aan vaak complex bronnenmateriaal. In de bronnen is de stem van de voorouder(s) zelf vaak niet aanwezig of sterk vervormd, wat in geval van een 'pijnlijk' verleden extra problematisch kan zijn. Ook emotioneel kan een duik in een door geweld getekend familieverleden zwaar zijn.
Wetenschappelijke organisaties en academische onderzoekers die dezelfde ‘pijnlijke verledens’ onderzoeken kunnen zich op diverse manieren inzetten om familieonderzoekers te faciliteren. Bijvoorbeeld door te ijveren voor betere toegankelijkheid van bronnenmateriaal (digitalisering); advies te geven over het interpreteren van bronnenmateriaal; of door bij te dragen aan herdenkingsactiviteiten. Andersom is voor wetenschappers de kennis die familieonderzoekers verzamelen van belang. Dat geldt ook voor het type vragen dat zij stellen aan het verleden. Bij alle vormen van ‘pijnlijke verledens’ dienen wetenschappers zich bovendien bewust te zijn van de emotionele lading die familieonderzoek kan hebben.
In deze sessie gaan (familie)onderzoekers met elkaar en met het publiek in gesprek over de vraag hoe historici en academische instellingen met hun werk familieonderzoekers ‘van dienst’ kunnen zijn. Waar hebben familieonderzoekers behoefte aan? Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen familieonderzoek en academisch historisch onderzoek? Wat kunnen (familie)onderzoekers van elkaar leren in gesprek over ‘pijnlijke verledens’? En hoe kunnen we de uitwisseling verder bevorderen?