Nederland telt honderden lokaalhistorische verenigingen, variërend van kleine heemkundekringen tot grote stedelijke verenigingen. Onder de duizenden leden van deze verenigingen bevinden zich veel bevlogen en deskundige onderzoekers. Zij delen hun kennis enthousiast in bijeenkomsten en via lokaalhistorische tijdschriften. Sommige verenigingen staan in nauw contact met lokale en regionale archieven, die net als de verenigingen vooral een lokale doelgroep bedienen.
Terwijl de lokaalhistorische verenigingen in Nederland een lange traditie kennen, is de opkomst van citizen science binnen het historische vakgebied een relatief recente ontwikkeling. Erfgoedinstellingen en onderzoeksinstituten hebben de afgelopen jaren veel samengewerkt met historisch geïnteresseerde vrijwilligers, die veel voldoening halen uit bijvoorbeeld het transcriberen van oude teksten.
Als gevolg van de AI-revolutie verschuift geleidelijk de focus van dit soort samenwerkingen: waar aanvankelijk vooral een beroep werd gedaan op de vaardigheden van burgerwetenschappers, wordt nu vaker nagedacht hoe (lokaal)historische kennis kan bijdragen aan datasets en historische narratieven die de lokale context ontstijgen. De lokaalhistorische verenigingen kunnen hierbij een belangrijke mediërende rol vervullen.
In dit panelgesprek willen we, met als vertrekpunt enkele recente plannen en ervaringen, met het publiek zoeken naar gezamenlijke werkvormen die meerwaarde hebben voor alle betrokkenen. Onder welke voorwaarden zouden lokale burger-historici hun kennis bovenlokaal willen delen? Welke vormen van ondersteuning stellen ze daarbij op prijs? Welke lokaal aanwezige kennis verdient een groter podium? En welke uitdagingen kunnen zich voordoen bij dit type samenwerking?