Deze sessie buigt zich over de pertinente ethische en praktische implicaties van AI voor het publiceren binnen de geschiedwetenschap, zowel wat betreft het auteurschap, de rol van de redacteur als de publicatieinfrastructuur.
We bediscussiëren deze kwestie vanuit het perspectief van historische tijdschriften en dit op drie niveaus. Ten eerste, auteurs gebruiken in toenemende mate AI tools tijdens het onderzoeks- en schrijfproces. Dit leidt bij tijdschriftredacties tot vragen over auteurschap en integriteit, alsook over welke transparantie waarover precies gewenst is. Ook voor redacteurs, ten tweede, brengt het gebruik van AI zowel opportuniteiten als risico’s met zich mee. AI kan werkprocessen zoals planning en typesetting vergemakkelijken, maar bij het redigeren en beoordelen van manuscripten roept het integriteitsvragen op. Ten derde, de gepubliceerde artikelen zijn online in open access-tijdschriften vaak volledig toegankelijk en worden in hoog tempo gescrapet om AI-tools te trainen. Het is noodzakelijk dat deze wetenschappelijke kennis in deze training wordt meegenomen, zodat gebruikersvragen tot kwaliteitsvolle antwoorden leiden, maar het is veel minder duidelijk door welke bedrijven, met wat voor doelen en door wie deze kennis gebruikt zal worden. Welke houding kunnen wij als kennisproducenten innemen ten opzichte van uiteenlopende AI-bedrijven wiens doelen niet altijd betrouwbaar zijn, en dit in combinatie met onze principiële inzet voor open science?
Deze sessie nodigt deelnemers uit om samen met drie sprekers uit de wereld van het onderzoek (Falcke), de tijdschriften (Egelmeers) en de open science (Van Rijn) na te denken over hoe historische tijdschriften in Nederland en België zich tot AI willen en kunnen verhouden.