Op een conferentie over de toekomst van geschiedenis is het ook zinvol om over het omgekeerde te spreken: geschiedenis van de toekomst. Historici hebben namelijk uitstekende kaarten om de toekomst vorm te geven. Toch doen we daar nog te weinig mee. Buiten de muren van de wetenschap dreigt het verleden in het vergeethoekje te belanden: het is zelden leidraad voor besluiten, maar komt pas bij de borrel ter tafel. De Britse historicus Christopher Andrew plakte daar een heus label: historical attention deficit disorder (HADD).
Vandaar dat we vandaag concrete voorbeelden en aanknopingspunten geven om de kennis, vaardigheden en theorie van historici toe te passen buiten de academie. We richten ons in het bijzonder op de praktijk van het veiligheidsdomein.
(I.) In de inleiding bespreken de workshopleiders vanuit het politie- en inlichtingenveld wat het verleden, de historische methode en geschiedtheorie toevoegen aan werkzaamheden in het veiligheidsdomein. Op basis van eigen ervaring schetsen zij hoe hun historische achtergrond helpt om actuele problemen op te lossen en geïnformeerde toekomstbeelden te presenteren.
(II.) Dan maken we het concreet en lossen we met de groep een moordzaak op. Zo merken we hoe rechercheurs eigenlijk hetzelfde doen als historici: bronkritiek, source corroboration, discoursanalyse en narrativiteit aanbrengen in een bak met chaos. Aan de hand van deze ervaring, onderkennen we hoe de historische methode en de geschiedtheorie iets te bieden hebben, ver buiten de klassieke historische context.
(III.) Tot slot richten we ons wél op het verleden. We gaan we na welke aangrijpingspunten de Koude Oorlog biedt voor wat tegenwoordig de grey zone wordt genoemd. Wat behelst ‘leren’ van die geschiedenis in dit geval eigenlijk, wat is er problematisch aan en wat nuttig?
Aan het eind hebben de deelnemers een goed beeld van wat historici, hun methode en hun theorie aan de veiligheidspraktijk kunnen toevoegen.