In deze sessie worden de rol en betekenis van de (geschied)filosofie en de historiografie voor de geschiedschrijving en de samenleving behandeld. Dit gebeurt vanuit drie verschillende invalshoeken waarbij Joas de Jong en Han van Ruler de bevrijdende en emancipatoire kanten van de (geschied)filosofie belichten. Patricia D. Gomes gaat in op de negatieve kanten van zowel de (geschied)filosofie als de historiografie. Gezamenlijk stellen zij dat het geschiedenis-vak alleen een vitale toekomst zal hebben als historici naar epistemologische en inhoudelijke inclusie streven en zich steeds rekenschap geven van de onderliggende ideeën van hun paradigma’s.
De eerste lezing is van Joas de Jong, getiteld: Hoe bevrijden we ons van het verleden, als wij zelf dat verleden zijn? Aan de hand van een casus gaat hij nader in op de manier waarop organisaties vormgegeven worden door hun relaties tot het verleden, en hoe bewustwording van die relaties kan leiden tot verandering.
De tweede lezing is van Han van Ruler, getiteld: Filosofie en emancipatie. Hierin vraagt hij aandacht voor de verstrengeling van de mondiale geschiedenis met de westerse filosofie en de misvatting dat de westerse filosofie verantwoordelijk zou zijn voor de wereldwijde racistische ideologieën.
De derde lezing is van Patricia D. Gomes, getiteld: Racisme is geen toeval: de rol van filosofie, geschiedschrijving en historiografie. Zij betoogt dat deze westerse disciplines vanaf de moderne tijd op het gebied van racisme met elkaar zijn verstrengeld en dat deze verstrengeling direct of indirect het 'kwade denken’ met betrekking tot Afrikanoïde mensen voedt en legitimeert in zowel het kennis- als in het maatschappelijk veld. Zij focust op het Nederlandse slavernijgeschiedenisbedrijf en de term 'postkolonialisme'.